Cyber Science Center
Menu
← Nieuws en achtergrond

Hoe ontstaat graniet diep onder het aardoppervlak?

Graniet ontstaat niet doordat lava aan de lucht afkoelt, maar wanneer magma ondergronds stolt. De samenstelling van het magma en de langzame afkoeling bepalen welke mineralen en kristallen het gesteente vormen.

Wetenschap · Nieuws··Aarend Jansen
Ruwe roze-witte granietsteen met zichtbare kwarts en donkere mineraalkorrels
Gegenereerde illustratie. Geen opname van het beschreven onderzoek.

Wie een granieten rotswand of aanrechtblad bekijkt, ziet vaak lichte en donkere korrels die met het blote oog herkenbaar zijn. Dat gespikkelde uiterlijk hangt samen met de manier waarop graniet is ontstaan: magma koelde onder het aardoppervlak af en mineralen kristalliseerden daarin uit. De weg van gesmolten gesteente naar een blootliggende granietrots verloopt in verschillende geologische stappen. Daarbij is ook van belang dat graniet niet hetzelfde is als iedere lichte, grofkorrelige steen.

Waar begint de vorming van graniet?

Graniet behoort tot de stollingsgesteenten: gesteenten die ontstaan wanneer gesmolten materiaal afkoelt en vast wordt. Onder het aardoppervlak heet dat gesmolten gesteente magma. Graniet is een dieptegesteente, ook wel plutonisch of intrusief gesteente genoemd, omdat het magma ondergronds stolt in plaats van als lava aan het oppervlak uit te vloeien. De U.S. Geological Survey beschrijft hoe magma dat diep in de aardkorst achterblijft langzaam afkoelt en zo grofkorrelige gesteenten zoals graniet vormt: de uitleg van de USGS over stollingsgesteenten.

Het magma kan ontstaan wanneer bestaand gesteente in de aardkorst gedeeltelijk smelt. Ook processen waarbij magma tijdens het opstijgen verandert, kunnen bijdragen aan een granietachtige samenstelling. Er is dus niet één universeel recept voor al het graniet. De precieze oorsprong hangt af van de geologische omgeving en de geschiedenis van het magma. In gebieden waar aardplaten naar elkaar toe bewegen, kan warmte en interactie tussen magma en continentale korst bijvoorbeeld een rol spelen.

Wat bepaalt of het gesteente graniet wordt?

De mineralen die uit het magma kristalliseren, hangen samen met de chemische samenstelling ervan. Graniet bevat vooral kwarts en veldspaat. Ook mica, zoals biotiet of muscoviet, en soms amfibool kunnen voorkomen. Kwarts en veldspaat zijn meestal licht van kleur; mica en amfibool kunnen donkere korrels vormen. De verdeling en grootte van die mineralen geven graniet zijn vaak herkenbare gespikkelde uiterlijk.

Graniet is doorgaans licht van kleur en rijk aan silica. De National Park Service beschrijft graniet als een intrusief gesteente met vooral alkaliveldspaat en kwarts, naast plagioklaas en kleinere hoeveelheden donkere mineralen: de geologische uitleg van de National Park Service. De exacte samenstelling verschilt echter. Een steen die in het dagelijks taalgebruik graniet heet, kan geologisch gezien tot een verwant gesteente behoren, zoals granodioriet. Om die namen uit elkaar te houden, kijken geologen naar de mineralen en hun onderlinge verhoudingen, niet alleen naar het uiterlijk.

De samenstelling maakt ook verschil voor de kleur. Meer roze of wit veldspaat kan een lichtere indruk geven; donkere mica- of amfiboolkorrels zorgen voor contrasterende vlekken. Geen enkel kleurpatroon bewijst op zichzelf waar of hoe een specifiek stuk steen is gevormd.

Waarom heeft graniet grotere kristallen dan vulkanisch gesteente?

Wanneer magma ondergronds stolt, verliest het warmte aan het omringende gesteente. De afkoeling verloopt doorgaans geleidelijk, zodat mineralen tijd krijgen om kristallen te vormen en te laten doorgroeien. De korrels raken met elkaar verweven: graniet heeft daardoor vaak een grofkorrelige textuur. Dat betekent dat afzonderlijke mineraalkorrels zichtbaar zijn zonder microscoop.

Aan het oppervlak koelt lava meestal sneller af. Mineralen krijgen dan minder gelegenheid om grote kristallen te vormen, zodat vulkanische gesteenten vaak fijner van structuur zijn. Een gesteente met granietachtige chemie dat aan of dicht bij het oppervlak stolt, kan bijvoorbeeld een veel fijnere textuur hebben. De vergelijking helpt om vormingsplek en uiterlijk van elkaar te onderscheiden: een vergelijkbare samenstelling maakt twee gesteenten nog niet hetzelfde gesteente.

Er is geen vaste kristallisatieduur of één temperatuur die voor al het graniet geldt. Hoe snel magma afkoelt en welke kristallen ontstaan, hangt af van plaatselijke omstandigheden, waaronder de samenstelling en de omgeving van de magmamassa. De zichtbare korrels vertellen dus iets over de afkoelingsgeschiedenis, maar leveren op zichzelf geen exacte klok of thermometer op.

Hoe komt diep gevormd graniet boven de grond?

Graniet vormt diep in de aardkorst en is daar aanvankelijk bedekt door ander gesteente. Een grote massa gestold magma heet een pluton; een zeer uitgestrekte massa kan een batholiet worden genoemd. Zulke gesteentelichamen kunnen onderdeel zijn van gebieden waar magma onder voormalige vulkanen is gestold. De National Park Service beschrijft dat intrusieve gesteenten later door erosie aan het oppervlak zichtbaar kunnen worden: de uitleg over ondergrondse magmalichamen en erosie.

Na het stollen worden bovenliggende gesteentelagen door verwering en erosie afgebroken. Water, ijs en andere natuurlijke processen voeren het losgeraakte materiaal weg. Ook tektonische bewegingen kunnen gesteenten omhoog brengen of de aardkorst vervormen. Samen kunnen die processen uiteindelijk een diep gevormde granietmassa blootleggen. Dat gebeurt niet overal op dezelfde manier en niet in één vaste volgorde: het huidige landschap is het resultaat van de plaatselijke geologische geschiedenis.

Een blootliggende granietwand is daarom niet noodzakelijk gestold aan de plek waar die nu te zien is. Het magma stolde ondergronds; het omringende gesteente verdween of veranderde later. De rots die aan het oppervlak verschijnt, is een overblijfsel van dat oudere proces.

Hoe onderscheidt graniet zich van andere gesteenten?

Let eerst op de textuur: zijn er afzonderlijke, in elkaar grijpende korrels zichtbaar? Kijk daarna naar de mineralen. Een lichte kleur met kwarts en veldspaat past bij graniet, maar is geen sluitend bewijs. Sommige verwante dieptegesteenten hebben vergelijkbare kleuren en korrelgroottes. Geologen vergelijken daarom de mineralensamenstelling en de verhoudingen tussen de bestanddelen.

Ook de ontstaanswijze helpt bij vergelijking. Graniet is een stollingsgesteente, geen sedimentair gesteente dat uit afgezet materiaal is opgebouwd en evenmin een metamorf gesteente dat door druk, warmte of chemische verandering is omgevormd. Bij steenkool bijvoorbeeld staat plantaardig materiaal aan het begin van de vorming, een heel ander geologisch traject dan het stollen van magma. Dat onderscheid voorkomt dat gesteenten met een vergelijkbaar uiterlijk op basis van alleen hun kleur of korrel als hetzelfde worden beschouwd.

Aarend Jansen

Aarend Jansen schrijft over wetenschap, technologie en de vragen achter onderzoeksnieuws.

Een correctie doorgeven